Voor zorg, gezondheid en prestatie
0513 62 71 65

Claudicatio intermittens (etalagebenen)

Geplaatst op 2 september 2015

Looptraining bij Etalagebenen “claudicatio intermittens”:

Het blijkt uit  wetenschappelijk onderzoek waarmee Gert-Jan Lauret promovendus aan het Catharina ziekenhuis dat Nederlandse vaatchirurgen nog te vaak kiezen bij patiënten met etalagebenen voor een operatie in plaats van looptherapie onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut.

In een door Lauret uitgevoerde landelijke enquête zegt driekwart van de vaatchirurgen dat zij patiënten met claudicatio intermittens, de term voor ‘etalagebenen’, doorverwijzen naar een fysiotherapeut voor looptraining.

“Dat is vreemd”, zegt Lauret. “Want in alle internationale richtlijnen staat dat je een patiënt met etalagebenen eerst gesuperviseerde looptherapie moet aanbieden. Eigenlijk zou het dus 100 procent moeten zijn.”

Overigens vermoedt Lauret dat het werkelijke aantal doorverwijzingen een stuk lager ligt. Uit eerder onderzoek naar gedeclareerde zorg bij zorgverzekeraar CZ in 2009 bleek dat 14% primair voor looptherapie verwezen werd. Bijna een derde kreeg direct een invasieve behandeling, zoals een dotterbehandeling.

Joep Teijink, vaatchirurg in het Catharina Ziekenhuis en hoogleraar aan Maastricht University, kent het probleem en weet waarom veel van zijn collega’s uit andere ziekenhuizen vaak voor een dotterbehandeling kiezen. “De looptherapie is niet opgenomen in het basispakket en te weinig patiënten zijn voldoende aanvullend verzekerd voor de benodigde sessies fysiotherapie”, aldus Teijink. “Zelf willen of kunnen ze het niet betalen”.

Teijink is tevens voorzitter van ClaudicatioNet, het landelijke zorgnetwerk dat patiënten, fysiotherapeuten, huisartsen en vaatchirurgen met elkaar in contact brengt en al langer pleit voor gesuperviseerde looptherapie bij patiënten met etalagebenen.

Dotter blijkt minder duurzaam:

Teijink: “Het is al vaak aangetoond dat dotteren in dit geval niet de beste oplossing is. Een dotter geeft weliswaar snel resultaat, maar blijkt minder duurzaam. Een derde van de gedotterde beenslagaders zit binnen een jaar al weer dicht. Daarnaast wordt bij of rond een dotterbehandeling geen aandacht aan leefstijlverandering besteed. Alleen met gerichte looptherapie onder leiding van geschoolde fysiotherapeuten kan het probleem écht aangepakt worden. ”

“Stoppen met roken, gezonde voeding, frequent bewegen, trouw de voorgeschreven medicatie gebruiken om het risico op hart- en vaatziekten te verkleinen, dat is waar het om draait”, vult dr. Gert-Jan Lauret aan. “Ik ben niet tegen een dotter, zeker niet, ik ben in opleiding tot chirurg en ambieer vaatchirurg te worden. Ik ben voorstander van het op de juiste indicatie en het juiste moment aanbieden van een dotter. En dat is na een traject gesuperviseerde looptherapie en alleen voor die patiënten die daarmee onvoldoende werden geholpen.”

 

Bron: Catharina Ziekenhuis

« Naar overzicht